De deontologische code voor audiologen en audiciens werd opgesteld op basis van de ethische principes van een gezondheidszorgberoep. Ze bestaat uit een geheel van gedragsregels die iedere audioloog/audicien moet eerbiedigen bij de uitoefening van zijn beroep. Hierbij wordt gestreefd naar een positieve deontologie, die niet gericht is op het verbieden van bepaalde handelswijzen, maar eerder op het aanreiken van richtlijnen om zo preventief en proactief problemen te voorkomen. Deze code is bedoeld als een beroepsspecifieke regelgeving die verder gaat dan de algemene gedragsregels in het gemeen recht.
Ze moet beschouwd worden als aanvullend ten opzichte van de vigerende regelgeving en wetten met betrekking tot onze specifieke beroepsbeoefening, meer bepaald:
- het Koninklijk besluit van 4 juli 2004 betreffende de beroepstitels en de kwalificatievereisten voor de uitoefening van het beroep van audioloog en van audicien en houdende vaststelling van de lijst van de technische prestaties en van de lijst van handelingen waarmee de audioloog en de audicien door een arts kan worden belast;
- het Koninklijk besluit nr.78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen en de gecoördineerde wet van 15 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen;
- de RIZIV conventies;
- de wetgeving inzake beroepsgeheim;
- de wet op de patiëntenrechten;
Deze gedragscode dient ertoe bij te dragen dat de eerbiediging van de zorgvrager, de kwaliteit van de zorgen, een loyale samenwerking tussen de gezondheidszorgberoepsbeoefenaars en het belang van de gemeenschap worden gewaarborgd. Deze gedragscode moet tegemoet komen aan hetgeen de gemeenschap verwacht van een erkende beroepsbeoefenaar, meer bepaald de audioloog en de audicien. Een gedragscode is een dynamisch geheel dat zich parallel moet aanpassen aan de maatschappelijke evoluties.
De vijf fundamentele pijlers van deze code hebben betrekking tot de verantwoordelijkheid van elke audioloog/audicien, tot het welzijn van de zorgvrager, tot professionele standaarden, tot producten en diensten, tot publieke informatie en tot professionele groei en betrokkenheid.
De eerbiediging van deze deontologische code is inherent aan het lidmaatschap van de Vlaamse Beroepsvereniging Audiologen (VBA).
PIJLER 1
Het welzijn van de zorgvrager

1.1. De audioloog/audicien verleent aan de zorgvrager, zonder enige discriminatie, de meest doelmatige en doeltreffende zorg.
1.2. Alle informatie die de zorgverlener verkrijgt van de zorgvrager tijdens de uitoefening van zijn beroep valt onder het beroepsgeheim.
1.3. De audioloog/audicien wendt alle middelen aan om een optimale vertrouwensrelatie op te bouwen met de zorgvrager.
1.4. De audioloog/audicien gebruikt alle middelen binnen zijn expertisegebied, inclusief eventuele doorverwijzing naar of samenwerking met andere zorgverstrekkers. Hij zal hierbij alle nodige informatie overbrengen, mits instemming van de zorgvrager, om de voor hem meest doelmatige en doeltreffende zorgverlening mogelijk te maken.
1.5. De audioloog/audicien informeert de zorgvrager over de mogelijke diensten, producten en oplossingen binnen de problematiek van de zorgvrager.
1.6. De audioloog/audicien moet realistische verwachtingen scheppen over de uit te voeren interventie.
1.7. De audioloog/audicien mag een interventie weigeren of stopzetten waarvan hij zelf vindt dat deze audiologisch niet verantwoord is.
1.8. De audioloog/audicien zal geen interventie aanbieden/uitvoeren die schadelijk kan zijn voor de zorgvrager.
1.9. De audioloog/audicien werkt vraaggestuurd en betrekt de zorgvrager bij keuzes rond de interventies, zodat de zorgvrager op een onderbouwde manier een beslissing kan nemen.
1.10. De audioloog/audicien houdt rekening met de beslissingen van de zorgvrager.
1.11. De audioloog/audicien evalueert de effectiviteit van zijn interventies.
PIJLER 2
Beroepscompetenties en integriteit
2.1. De audioloog/audicien verbindt er zich toe op een zorgvuldige en gewetensvolle manier de zorgvrager te helpen volgens de richtlijnen die stroken met de thans geldende wetenschappelijke kennis.
2.2. De audioloog/audicien zal wetenschappelijk onderzoek eerlijk en onafhankelijk uitvoeren.
2.3. De audioloog/audicien schoolt zich permanent bij.
2.4. In de uitoefening van zijn beroep moeten elke vorm van financiële/economische belangenconflicten en overconsumptie uitgesloten worden.
2.5. Het algemeen belang van de zorgvrager primeert boven het persoonlijk belang van de audioloog/audicien.
PIJLER 3
Professionele houding
3.1. De audioloog/audicien neemt steeds een professionele houding aan t.o.v. de zorgvrager.
3.2. De audioloog/audicien zal duidelijke professionele grenzen afbakenen bij het omgaan met sociale media binnen zijn beroepsuitoefening, meer in het bijzonder zal hij de privésfeer en de beroepssfeer duidelijk gescheiden houden.
3.3. De audioloog/audicien kadert zijn interventie steeds in een holistisch beeld van de zorgvrager.
3.4. De audioloog/audicien stelt interventies voor in het belang van de zorgvrager, volgens zijn eigen professionele oordeel en zal hiervoor steeds voorafgaandelijk de noodzakelijke onderzoeken uitvoeren.
PIJLER 4
Informatieverstrekking
4.1. De audioloog/audicien geeft waarheidsgetrouwe informatie over zijn professionele status en competenties. 4.2. De audioloog/audicien informeert de zorgvrager voorafgaandelijk correct over prijzen en financiële tegemoetkomingen binnen zijn beroepsdomein.
4.3. De gebruikte publiciteit moet kaderen binnen de eer en de waardigheid van een gezondheidszorgberoep.
PIJLER 5
Beroepseer
5.1. De audioloog/audicien brengt door zijn gedrag en zijn professionele houding het beroep nooit in diskrediet. 5.2. De audioloog/audicien draagt bij tot een optimale interdisciplinaire samenwerking en gedraagt zich steeds collegiaal.
5.3. De audioloog/audicien sensibiliseert en informeert de maatschappij inzake gehoor(verlies), preventie en audiologische interventies.
5.4. De audioloog/audicien draagt bij tot de positieve ontwikkeling van zijn beroep.